Numéro de la collection:
| APM 22.581 |
Sous-collection:
| pipes ethnographiques |
Titre:
| pipe à tabac |
Mots-clés:
| ornamental carving |
Description :
| Waterpijp voor tabak van bamboe met cilindrische vorm, aan de basis verlengd met een driehoekige lip om de pijp in de grond te steken, op eenderde van onder een gat waarin een dunne buisvormige ketel is gestoken. De buisvorm is tevens het waterreservoir, de buitenzijde ingesneden geometrische patronen bestaande uit boven en onder twee concentrische banen met slingerende repeterende motieven en een bredere met driehoeken met verticale lijnen en geometrische motieven, op de bovenhelft twee slingerende banden met driehoeken en gestileerd bladwerk, de ingesneden decoratie met roodachtige kleurstof aangezet. Ketel gestopt met tabak uit de streek. |
Date:
| Période | 1880 - 1895 |
Tailles:
| General | Hauteur | 42,6 cm |
| Diamètre | 4,2 cm | |
| Fourneau | Hauteur | 4,2 cm |
| Largeur | 1,3 cm |
Caractéristiques
| Type de pipe | pipe tubulaire |
| Forme de pipe | cylindrique |
| Matérial | bambou (bois) |
| Technique | coupé |
| Couleur | jaune marron |
| Traces of use | gerookt |
Production
| Continent | Asie |
| Région internationale | Asie du sud-est |
| Pays | Indonésie |
| Région nationale | Bornéo |
| Lieu | Kalimantan Barat |
Statut juridique
| Date | 2017 |
Commentaire
| Door Nusantara aangeduid met opiumpijp afkomstig van Kalimantan Barat (provincie) ofwel Westerafdeling van Borneo, in 1954 taxatiewaarde Dfl. 25,-. Oude beschrijving van Nusantara: De eene kant gesloten door een tusschenschot, de andere ook doch doorboord; de laatste met een verlengstuk; aan de zijde van het niet doorboorde schot: een lip als verlengstuk van ongeveer 11 cm. lang; op eenigen afstand van het schot: een opening, waarin schuins ingestoken.een bruin geverfd bamboe pijpje van ongeveer 4 cm. lang; bij de pijpopening; een. onverslerde band breed en bruingeverf tusschen pijpopening en doorboorde schot: splraalversiering met zwaar lofwerk; strook rnet gelijkzijdige drlehoeken, rondloopende band met lofwerk; het verlengstuk aan den kant van het doorboorde schot: vier driehoeken, twee aan twee met verschillend lofwerk aan de gesloten zijde: breed band. met zes drlehoeken, waarvan drie met lofwerk en drie met traliewerk; ernaast een band. met krullen. |
If you have any comments, suggestions or additions, click here to send us an email






